In dit onderdeel beschrijven we de risico's die gekwantificeerd zijn en die op basis van de vastgestelde beleidslijn dienen te worden opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing en daarmee afgedekt moeten worden door de middelen die hiervoor gereserveerd zijn binnen de Algemene reserve (onderdeel incidenteel beschikbare weerstandscapaciteit).
Op basis van de categorie I risico's wordt het minimaal benodigde weerstandsvermogen bepaald.
De risico's zijn geïnventariseerd en gekwantificeerd op een totaalbedrag van € 19,29 miljoen. Hiervan heeft een bedrag van € 10,69 miljoen betrekking op reguliere incidentele risico's en € 8,60 miljoen op risico's die annex zijn met revolverende fondsen. Deze splitsing c.q. onderverdeling is gebaseerd op het feit dat voor de dekking van de risico's revolverende fondsen aparte afspraken gelden.
In onderstaande tabel worden de verschillen samengevat weergegeven tussen de Begroting 2027 en de Jaarstukken 2025, waar het gaat om het minimaal incidenteel benodigde weerstandsvermogen (kwantificering risico's) en de incidenteel beschikbare weerstandscapaciteit. Dit betreft zowel de geïdentificeerde incidentele risico's (A) als de risico's voor de revolverende fondsen (B).
Tabel 1. Benodigd weerstandsvermogen versus beschikbare weerstandscapaciteit
(x € 1 miljoen) | Jaarstukken | Begroting | Mutatie |
|---|---|---|---|
A: Geïdentificeerde incidentele risico's | |||
1. Kwantificering risico's (benodigd) | 9,13 | 10,69 | 1,56 |
2. Incidenteel beschikbare weerstandscapaciteit | 10,35 | 11,55 | 1,20 |
1,23 | 0,86 | -0,36 | |
B: Risico's revolverende fondsen | |||
1. Kwantificering risico's (benodigd) | 8,79 | 8,60 | -0,19 |
2. Beschikbare weerstandscapaciteit | 6,48 | 5,10 | -1,38 |
-2,31 | -3,50 | -1,19 | |
Totaal (A+B) | |||
1. Kwantificering risico's (benodigd) | 17,92 | 19,29 | -1,37 |
2. Beschikbare weerstandscapaciteit | 16,83 | 16,65 | -0,18 |
-1,08 | -2,64 | -1,56 |
- Incidentele risico’s
Naast de in geld uitgedrukte risico’s onderkennen we ook een risico in de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA). We benoemen het risico kwalitatief omdat wij geen goede inschatting kunnen maken van de impact.
Het verschil tussen de incidenteel beschikbare weerstandscapaciteit en het minimaal incidenteel benodigde weerstandsvermogen bedraagt € 0,86 miljoen. Gezien de fluctuaties in de onderliggende risico’s, met name de risico’s Afvalbedrijven en Claims, het feit dat het risico Wet DBA niet is gekwantificeerd en het aanstaande eerdergenoemde extern onderzoek naar onze risico’s, stellen we voor dit overschot niet te laten vrijvallen.
- Revolverende fondsen
Bij de Begroting 2027 is er een verschil tussen de incidenteel beschikbare weerstandscapaciteit en het minimaal incidenteel benodigde weerstandsvermogen van -/- € 3,5 miljoen. De oorzaak hiervan ligt bij het Investeringsfonds Groningen (IFG).
Op basis van actuele prognosecijfers, ontvangen van IFG, concluderen wij dat het fonds meerjarig positieve ontwikkelingen laat zien en vinden wij het niet noodzakelijk om het verschil van € 3,5 miljoen tussen het hierboven voor IFG berekende weerstandsvermogen (€ 3,5 miljoen) en de beschikbare weerstandscapaciteit (nihil) aan te vullen.