Paragrafen

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

In onderstaande tabel wordt de kwantificering van de risico's alsmede de beschikbare weerstandscapaciteit weergegeven. Onder de tabel wordt dit nader toegelicht.

Later in deze paragraaf, onderdeel 'Inventarisatie risico's Categorie I', worden de individuele risico's gedetailleerd beschreven.

Tabel 2. Reguliere incidentele risico's versus beschikbare weerstandscapaciteit

(x € 1 miljoen)

Jaarstukken
2025

Begroting
2027

Mutatie

1. Kwantificering risico's

9,13

10,69

1,56

2. Incidenteel beschikbare weerstandscapaciteit

10,35

11,55

1,20

3. Verschil (2 minus 1)

1,23

0,86

-0,36

1. Kwantificering risico's
De reguliere incidentele risico's (minimaal incidenteel benodigde weerstandsvermogen) kunnen worden becijferd op € 10,69 miljoen. Per saldo is dit € 1,56 miljoen hoger ten opzichte van de Jaarstukken 2025. De mutaties zijn:

Toename:

  • Leningen: € 1,22 miljoen. Al eerder is besloten tot het verstrekken van een lening in het kader van publiek belang waarbij een risico van € 1,2 miljoen is onderkend. In 2027 zal de lening daadwerkelijk worden verstrekt. Van een andere lening is conform afspraak de rente bijgeschreven en wordt daarmee het risico € 0,05 miljoen hoger.  Door aflossing van de lening aan Stichting Risk Exchange neemt het risico op deze lening af met € 0,03 miljoen.
  • Afvalbedrijven: € 0,34 miljoen. Uit het toezicht op de afvalbedrijven blijkt een stijging van de restwaarde van afvalstoffen.

Een risico dat wij op dit moment niet kunnen kwantificeren betreft de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA).
De Wet DBA heeft als doel het voorkomen van 'schijnzelfstandigheid'. Sinds de invoering van de wet is er veel onduidelijkheid over de toepassing van de wet en tot 2025 gold het handhavingsmoratorium, waarin de Belastingdienst geen boetes en naheffingen oplegde.
Daar waar sprake is van een arbeidsrelatie dient een werkgever de medewerker in loondienst aan te stellen, met alle bijbehorende verplichtingen zoals het afdragen van sociale premies en premies voor pensioenrechten. De provincie Groningen voldoet hieraan.

De provincie Groningen huurt ook tijdelijk personeel in via een broker. Alle inhuur verloopt via de broker en wordt getoetst aan de wet DBA. De provincie zet actief in op het voorkomen én afbouwen van DBA-risicovolle inhuur. Dit gebeurt door nieuwe inhuur vooraf te toetsen, bestaande inhuur met een mogelijk DBA-risico gericht te beoordelen en waar nodig maatregelen te treffen om het risico te beëindigen of te verminderen. Bij afloop of verlenging van bestaande overeenkomsten wordt opnieuw beoordeeld of de inzet binnen de kaders van de Wet DBA kan worden voortgezet. Wanneer dit niet voldoende kan worden geborgd, is het uitgangspunt de betreffende inhuur niet in dezelfde vorm voort te zetten en waar mogelijk te kiezen voor een passende andere contract- of arbeidsvorm.
Voor nieuwe inhuur achten wij het risico daarmee zeer beperkt. Er resteert echter een beperkte groep bestaande inhuurcontracten waarbij niet zonder meer kan worden vastgesteld of volledig aan de Wet DBA wordt voldaan en waarbij ruimte voor interpretatie bestaat. In het belang van de continuïteit van de werkzaamheden worden deze contracten niet direct beëindigd. Deze contracten zijn in beeld en vormen een afgebakende groep. Door de hierboven beschreven aanpak neemt het aantal DBA-risicovolle inhuurrelaties geleidelijk af. Daarmee kiest de provincie bewust voor een beheerste afbouw, waarbij het beperken van het DBA-risico wordt afgewogen tegen de noodzakelijke continuïteit van de werkzaamheden.
Het blijft mogelijk dat de Belastingdienst bij een controle tot een andere beoordeling van de arbeidsrelatie komt dan de provincie. In dat geval kan sprake zijn van naheffingen en mogelijk boetes.
Wij schatten de kans dat dit risico zich voordoet als laag in. De potentiële financiële impact kan echter hoog zijn. Op dit moment beschikken wij over onvoldoende informatie om deze impact betrouwbaar te kwantificeren. Door de actieve beheersing en afbouw van DBA-risicovolle inhuur wordt zowel de omvang als de duur van de blootstelling aan dit risico verder beperkt.

2. Incidenteel beschikbare weerstandscapaciteit
Binnen de Algemene reserve is als incidenteel beschikbare weerstandscapaciteit een bedrag van € 11,55 miljoen gereserveerd ter dekking van de risico's. Ten opzichte van de Jaarstukken 2025 is dit gestegen met € 1,20 miljoen. Bij het aangaan van de nieuwe leningen met risico's (€ 1,20 miljoen) hebben wij uw Staten voorgesteld het risico af te dekken.
Van de beschikbare weerstandscapaciteit ad € 11,55 miljoen is € 9,55 miljoen gelabeld in de Algemene reserve van de provincie. Voor € 2,0 miljoen is het risico op de lening aan SHINE Europe en BioBTX ondergebracht bij NOM.  

3. Verschil
Het verschil tussen de incidenteel beschikbare weerstandscapaciteit en het minimaal incidenteel benodigde weerstandsvermogen bedraagt € 0,86 miljoen.

In de Kadernota Risicomanagement provincie Groningen is vastgelegd dat, indien uit de beoordeling van het weerstandsvermogen blijkt dat de incidenteel beschikbare weerstandscapaciteit minder bedraagt dan het benodigde weerstandsvermogen op basis van de risico-inventarisatie, aanvulling plaatsvindt indien de afwijking groter is dan 10%.
Gezien de fluctuaties in met name de risico’s Afvalbedrijven en Claims, het feit dat het risico wet DBA niet is gekwantificeerd en het aanstaande eerdergenoemde extern onderzoek naar onze risico's, stellen we voor dit overschot niet te laten vrijvallen.

Deze pagina is gebouwd op 10/23/2026 10:19:45 met de export van 10/23/2026 10:12:03