2.1. Milieu
Beleidsdoel Milieukwaliteit
Een schoon, gezond, veilig, hindervrij en circulair Groningen voor alle inwoners waarbij we milieudruk en -hinder proberen te voorkomen dan wel zo veel mogelijk te beperken |
|---|
xxx |
Indicatoren | |||||||
Realisatie | Streefwaarden | ||||||
2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
Verplichte indicatoren (BBV) | |||||||
N.v.t. | |||||||
Eigen indicatoren | |||||||
Aantal meldingen over geur- en geluidhinder | 239 | 241 | max. 150 | max. 150 | max. 150 | max. 150 | max. 150 |
Naleving bij Seveso-inrichtingen | 61% | 60% | p.m. | p.m. | p.m. | p.m. | p.m. |
Percentage (hoog )belaste woningen door fijnstof (PM2,5) dat IT4-waarde (20 µg /m 3 ) niet overschrijdt 2 ) | 100% | n.n.b. | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% |
Percentage (hoog )belaste woningen door fijnstof (PM10) dat IT4-waarde (10 µg/m 3 ) niet overschrijdt 2 ) | 100% | n.n.b. | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% |
Percentage (hoog )belaste woningen door stikstofdioxide (NO2) dat IT4-waarde (20 µg/m 3 ) niet overschrijdt 2 ) | 100% | n.n.b. | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% |
- Met ingang van 2024 is de realisatiewaarde gebaseerd op de jaarrapportages Seveso Noord. De realisatiewaarde van 2025 is gebaseerd op de concept-jaarrapportages van 2025.
- Om een stapsgewijze verbetering van de luchtkwaliteit mogelijk te maken, heeft de World Health Organization (WHO) een aantal interimdoelen (IT: Interim Targets) geformuleerd. Het strengste interimdoel is de IT4. Deze IT4-waarden zijn gelijk aan de nieuwe Europese grenswaarden die in 2030 van kracht worden. Voor een nadere toelichting zie de Milieumonitor .
xxx |
|---|
Prestaties |
|---|
Prioriteiten
- Begeleiden proces vergunningverlening.
Regulier
Mijnbouw:
- Uitvoeren toenemende taken op het gebied van mijnbouw zoals zoutwinning, kleine gasvelden, ondergrondse opslag, gebiedsprocessen en de nieuwe Mijnbouwwet, zoals voorzien in het nieuwe programma Bodem.
Uitvoering Milieuprogramma:
- Actualiseren Programma Milieu op grond van de vigerende Omgevingsvisie.
- Gebiedsgericht beleid
- Doorlopend: uitvoeren van innovatieprojecten, waaronder de Hinderapp, die bijdragen aan objectief en gedragen beeld van milieukwaliteit, en hinder, waarbij samenwerking met de omgeving centraal staat.
- Verkennen meerwaarde van het ontwikkelen van een omgevingswaarde voor luchtkwaliteit.
- Operationaliseren van het begrip milieugebruiksruimte in twee gebieden.
- Milieubeleid bedrijven
- Ontwikkelen monitoringssystematiek emissiegegevens bedrijven;
- Afwegingskader voor de vergunningverlening opstellen;
- Uitvoeren van programmatische actualisatie, volgens een risico- en maatwerkgericht programma.
- Een actueel vergunningenbestand bewerkstelligen conform uitgangspunten van ons beleid;
- Intensiveren van verbetering doorwerking van beleid naar uitvoering op basis extra capaciteit, gerealiseerd vanuit motie 61 (onder andere op basis van monitoringgegevens).
- Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)
- Monitoren van de ZZS-uitstoot van bedrijven opnemen in De Staat van Groningen;
- Aandacht voor ZZS borgen binnen de integrale aanpak van bestrijdingsmiddelen.
- Beleid vaststellen voor ZZS, inclusief concretisering 'verwaarloosbaar risico gevaarlijke stoffen' zoals opgenomen in Omgevingsvisie .
- Gezondheid
- Ontwikkelen geurbeleid voor de langere termijn;
- Doorlopend: doorontwikkelen monitoring milieukwaliteit en gezondheid.
- Actualiseren van voorschriften in vergunningen en intensiveren van het toezicht bij bedrijven met een hogere belasting van het milieu dan gemiddeld, mits daarvoor een wettelijke grondslag is. Een randvoorwaarde hierbij is voldoende capaciteit bij ODG.
- Overige onderwerpen: Afval
- Afronden pilot financiële zekerheidstelling en overgaan tot reguliere uitvoering van instrument financiële zekerheid (op basis van de nieuwe inzichten, waaronder wellicht actualisatie handreiking en beleidsregels);
- Opzetten monitoringsraamwerk binnen de provincie, in samenwerking met het datateam, op basis van de beschikbare data van het Landelijk Meldpunt Afval (LMA). De afgelopen jaar extern ontwikkelde afvalmonitor wordt nu intern opgebouwd.
- Samenwerken met externe partijen door geaggregeerde LMA - data over bedrijventerreinen te delen, gericht op het koppelen van afval en grondstoffen ketens binnen en tussen bedrijventerreinen.
- Uitvoeren ketengerichte aanpak met ruimte voor experimenten circulaire economie;
- Verminderen risico's afvalsector.
- Overige onderwerpen: Omgevingsveiligheid
- Maken van bestuurlijke keuzes voor het provinciaal Basisnet en deze uitwerken richting aanpassing van de Omgevingsverordening, zodat risico’s van vervoer van gevaarlijke stoffen beter worden beheerst en ruimtelijk worden afgewogen;
- Actief benutten van het kennisplatform omgevingsveiligheid voor kennisdeling en afstemming met gemeenten en partners, gericht op betere doorwerking van beleid in uitvoering en besluitvorming;
- Blijvend zorg dragen voor een zorgvuldige en uniforme toepassing van omgevingsveiligheid in ruimtelijke plannen en besluitvorming.
Bijdrage verbonden partij Omgevingsdienst Groningen aan beleidsdoel
- Uitvoeren vergunningverlenende, toezichthoudende en handhavingstaken op het gebied van het omgevingsdomein voor de deelnemers (waaronder de provincie Groningen), waarmee de deelnemers de kwaliteit van de uitvoering van deze taken willen verbeteren.
- Toezien op de uitvoering van energierapporten en uitvoeringsplannen van provinciale bedrijven waarin is aangegeven op welke manier zij gaan voldoen aan BBT (best beschikbare technieken). Het gaat hierbij om maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder.
Beleidsdoel Duurzaamheid
Minimaal voldoen aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de EU en het Rijk voor 2030, 2040 en 2050 en vanuit onze invloed werken aan het vergroten van Brede Welvaart en het bijdragen aan de Sustainable Development Goals (SDG's) van de Verenigde Naties |
|---|
xxx |
Indicatoren | |||||||
Realisatie | Streefwaarden | ||||||
2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
Verplichte indicatoren (BBV) | |||||||
N.v.t. | |||||||
Eigen indicatoren 1) | |||||||
Niveau op de CO2-Prestatieladder 2) | 3 | 3 | 1 | 1 | |||
Realisatie SDG-monitor | 90% | 100% | |||||
Doorontwikkeling SDG-monitor | 100% | 100% | |||||
- Op 26 maart 2026 hebben wij het uitvoeringsplan 2026-2027 in het kader van de Aanpak Duurzame Ontwikkeling 2024-2034 vastgesteld. De indicatoren zijn hieruit afkomstig.
- Wij blijven certificeren volgens hetzelfde niveau. In het nieuwe handboek 4.0 heet dit echter trede 1 in plaats van niveau 3. Trede 1 houdt rekening met de uitstoot van de eigen organisatie (scope 1 en 2).
xxx |
|---|
Prestaties |
|---|
Prioriteiten
N.v.t.
Regulier
Uitvoeren Aanpak Duurzame Ontwikkeling :
- Huis op orde:
- Ons geld duurzaam inzetten door de inkoop van duurzame producten, diensten en werken en bij elke opdracht systematisch sturen op integrale duurzaamheid. (Hierin wordt de koppeling gemaakt met de kaders van de Brede Welvaart en/of de SDG’s.)
- Meten en monitoren van onze CO2-footprint door gebruik van de CO2-Prestatieladder;
- Sturen op CO2-reductie via het energiemanagementsysteem;
- Behouden van het huidige certificeringsniveau op de CO2-prestatieladder;
- Op basis van impactvolle CO2-reductie in de keten (scope 3) reductiemaatregelen nemen en borgen.
- Focus op onze grootste impacts:
- Voortzetten van de koppeling van duurzaamheid met procesgericht werken zodat we de duurzaamheid borgen in alle hoofd- en bedrijfsprocessen;
- Organiseren duurzaamheidssessies rondom processen;
- Borgen van duurzaamheid bij het verstrekken van subsidies en financieringen.
- Sturen op voortgang en resultaat:
- Benutten van de SDG-monitor voor sturing op beleid en uitvoering.
- Samenwerken binnen en buiten de organisatie:
- Uitvoeren van ons communicatieplan rondom de interne en externe communicatie over de duurzame ontwikkelingsdoelen van de organisatie en hoe de organisatie hierop presteert;
- Vergroten van de zichtbaarheid Duurzame Ontwikkeling binnen de organisatie door regelmatig te communiceren over resultaten, leerervaringen en successen, zowel in als buiten de organisatie;
- Ontwikkelen kennis en vaardigheden van medewerkers zodat zij bewust bekwaam zijn om duurzame keuzes in hun werk te maken;
- Creëren van bewustwording van integrale duurzaamheid. Hierin is ook aandacht voor de sociale component van duurzaamheid.
Bijdrage verbonden partij aan beleidsdoel
N.v.t.
Beleidsdoel Herstel en perspectief
Inzetten op een zorgvuldig gebruik van de ondergrond waarbij de gaswinning uit het Groningenveld is beëindigd |
|---|
xxx |
Indicatoren | |||||||
Realisatie | Streefwaarden | ||||||
2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
Verplichte indicatoren (BBV) | |||||||
N.v.t. | |||||||
Eigen indicatoren | |||||||
N.v.t. | |||||||
Voor wat betreft de schadeafhandeling, versterking en de hoogte van de gaswinning heeft de provincie geen systeemverantwoordelijkheid maar een coördinerende en faciliterende rol. Daarom zijn geen indicatoren opgenomen. Voor Nationaal Programma Groningen zijn aparte afspraken gemaakt over indicatoren. Hiervoor wordt op overkoepelend niveau voor het gehele programma gerapporteerd door het bestuur van Nationaal Programma Groningen.
xxx |
|---|
Prestaties |
|---|
Prioriteiten
N.v.t.
Regulier
- Voeren van overleg met gemeenten, Instituut Mijnbouwschade Groningen, Nationaal Coördinator Groningen, ministerie van Binnenlandse Zaken over schadeherstel en versterking, de samenhang daartussen en met andere onderwerpen zoals Agro-, Mkb- en Erfgoedprogramma;
- Samen met de andere betrokken partijen uitwerken van de Agenda voor Herstel, zodat de inwoners en ondernemers de overheid als een betere overheid gaan ervaren;
- Bijdragen aan oplossingen voor schadeherstel en versterking.
- Helpen van het mkb en de agrarische sector met toekomstgerichte ontwikkeling, gekoppeld aan schadeherstel en/of versterking;
- Waar nodig indienen van consultatiereactie op wetsvoorstellen en regelingen rond gaswinning en de gevolgen daarvan of lobbyen naar aanleiding daarvan;
- Samenwerken met de regionale en rijksoverheden als het gaat om de jaarlijkse cyclus voor de Staat van Groningen en Noord-Drenthe.
Bijdrage verbonden partij aan beleidsdoel
N.v.t.
2.2. Energie en klimaat
Beleidsdoel Energietransitie
Streven naar 55% CO2-emissiereductie in 2030 in onze provincie ten opzichte van de CO2-uitstoot in 1990 |
|---|
xxx |
Indicatoren | |||||||
Realisatie | Streefwaarden | ||||||
2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
Verplichte indicatoren (BBV) 1) | |||||||
Totale emissie broeikasgassen (uitgedrukt in CO 2 -equivalenten) in absolute aantallen (tonnen uitstoot) 2) | 3,3 mln. | n.n.b. | |||||
Landelijke waarde | 92,1 | n.n.b. | |||||
Totale productie van hernieuwbare energie in petajoule (PJ) 3) | 21,0 | n.n.b. | |||||
Landelijke waarde (PJ) | 259,0 | n.n.b. | |||||
Eigen indicatoren | |||||||
RES: 5,7 TWh duurzame energie in 2030: 4) | |||||||
- Totaal TWh gerealiseerd | 4,49 | ||||||
- Totaal TWh gerealiseerd incl. in de pijplijn | 6,51 | ||||||
- De Klimaatagenda Groningen 2030 is op september 2020 behandeld in Provinciale Staten. Voor de monitoring worden gegevens gebruikt uit openbare gegevensbronnen zoals de Nederlandse Emissieregistratie, CBS, Klimaatmonitor, Planbureau voor de Leefomgeving et cetera. Veel cijfers zijn terug te vinden op de Regionale klimaatmonitor .
- Totaal bekende CO 2 -uitstoot (aardgas, elektriciteit, stadswarmte, voertuigbrandstoffen). Bron: Regionale klimaatmonitor .
- Totaal bekende hernieuwbare energie. Bron: Regionale klimaatmonitor .
- Met ingang van de Begroting 2024 is als eigen indicator de Regionale Energie Strategie Groningen (RES): 5,7 TWh duurzame energie in 2030, opgenomen. Deze indicator is aangepast ten opzichte van de vorige collegeperiode en sluit nu aan bij de RESGroningen.nl. In de vorige collegeperiode werd over de RES Groningen gemonitord op basis van het aantal verleende, vergunde incl. geplaatste zon en wind op land en de RES 2.0 is op basis van subsidie beschikking, bouw en realisatie gemonitord. De meest geactualiseerde data ten aanzien van de Regionale Energie Strategie Groningen (RES) zijn gepubliceerd op 4 juni 2025. Als alle projecten doorgang vinden komt dit uit boven het bod van tenminste 5,7 TWh, Daarnaast zijn er nog enkele gemeenten die een resterende ambitie hebben (conform de RES 1.0) waarvoor nog geen concrete projecten zijn uitgewerkt. De RES Groningen wordt één keer in de twee jaar geactualiseerd. Bron: RESGroningen.nl .
N.B. De komende periode wordt het Nationaal Klimaatakkoord en de Klimaatagenda Groningen verder uitgewerkt naar een Programma Energie, vervolgens wordt dit vertaald naar een geactualiseerd uitvoeringsprogramma. Mogelijk volgen hieruit nieuwe eigen indicatoren, die worden dan vervolgens opgenomen in de eerstvolgende P&C-cyclus.
xxx |
|---|
Prestaties |
|---|
Prioriteiten
N.v.t.
Regulier
- Verder werken aan de uitvoering van het Programma Energie, waaronder het uitwerken van gewijzigd beleid voor diverse onderwerpen (bijv. zon, wind, waterstof) en het oriënteren op de (on)mogelijkheden voor een vervolg voor de diverse ontzorgingsprogramma’s gericht op de gebouwde omgeving;
- Verder werken aan de uitvoering van het Programma Netcongestie;
- Verder werken aan integraal programmeren voor een toekomstbestendige energie-infrastructuur;
- Uitvoeren van de Regionale Energiestrategie Groningen.
Bijdrage verbonden partij aan beleidsdoel
N.v.t.
