In de meerjarenramingen 2027-2030 worden incidentele baten en lasten en structurele baten en lasten onderscheiden. Onder incidentele baten en lasten worden in principe verstaan de voor maximaal drie jaren geraamde baten en lasten. Baten en lasten met langere looptijd zijn in principe structureel. Deze incidentele baten en lasten hebben wij, per programma, samengevat in onderstaande tabel.
Tabel 19. Incidentele baten en lasten
(x € 1.000) | Begroting 2026 na wijziging | Begroting 2027 | Begroting 2028 | Begroting 2029 | Begroting 2030 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
1. Saldo baten en lasten (na reservemutaties) | - | 17.569 | 27.734 | 26.007 | -3.453 | |
2. Incidentele baten | 252.857 | 88.462 | 93.385 | 3.382 | 2.491 | |
3. Incidentele lasten | 370.312 | 265.973 | 108.125 | 5.143 | 7.170 | |
4. Saldo incidentele baten en lasten (2. minus 3.) | -117.455 | -177.511 | -14.740 | -1.761 | -4.679 | |
5. Saldo structurele baten en lasten (1. minus 4.) | 117.455 | 195.080 | 42.474 | 27.768 | 1.226 |
De incidentele baten en lasten voor de periode 2026 tot en met 2028 zijn relatief hoog. Dit is het gevolg van afloop van meerjarige projecten die nu nog maximaal drie jaren lopen en hierdoor als incidenteel worden aangemerkt. Ook is sprake van incidentele baten als gevolg van de specifieke uitkeringen (SPUKs). Deze kennen veelal een beperkte looptijd en zijn als incidenteel aangemerkt.
De begrotingsruimte (inclusief flexibel budget) is tot en met 2029 positief (zie onderdeel '1. Saldo baten en lasten (na reservemutaties)' op de eerste regel van de tabel). Ook blijkt uit bovenstaande tabel dat de geraamde incidentele lasten elk jaar hoger zijn dan de geraamde incidentele baten (zie onderdeel '4. Saldo incidentele baten en lasten' in de tabel). Op basis hiervan concluderen wij dat in deze begroting sprake is van een structureel evenwicht. Dat wil zeggen dat de structurele lasten volledig uit de structurele baten kunnen worden bekostigd.