Het financieel perspectief dat resulteert uit de confrontatie van lasten en baten (zie tabel 15) hebben wij samengevat in onderstaande tabel.
Tabel 17. Financieel perspectief 2026-2030
(x € 1.000) | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
Begrotingsruimte | 0 | 17.344 | 25.734 | 24.007 | -5.453 | 61.632 |
Flexibel budget | 0 | 225 | 2.000 | 2.000 | 2.000 | 6.225 |
Algemene reserve (vrije ruimte) | 45.239 | 0 | 0 | 0 | 0 | 45.239 |
Financieel perspectief 2026-2030 | 45.239 | 17.569 | 27.734 | 26.007 | -3.453 | 113.095 |
Uit bovenstaande tabel blijkt dat het financieel perspectief voor de jaren 2026-2030, naast de begrotingsruimte van € 61,6 miljoen en het beschikbare flexibel budget van € 6,2 miljoen, bestaat uit de vrije ruimte in de Algemene reserve van € 45,2 miljoen.
In de Begroting 2027 is bewust afgezien van herschikking (verdeling) van de begrotingsruimte 2026-2030 over de verschillende jaren. Door de positieve begrotingsruimte nu niet te verdelen over de jaren maken we de negatieve trend in de jaarschijf 2030 zichtbaar. Wij stellen voor om de resterende begrotingsruimte voor de jaarschijf 2026 van € 45,2 miljoen toe te voegen aan de Algemene reserve (vrije ruimte). Deze middelen blijven daarmee beschikbaar voor de toekomstige opgaven en ontwikkelingen, dan wel voor eventuele ambities van een volgend college.
Daarnaast is in de Begroting 2027 is voor de jaren 2027 en verder een post onvoorzien opgenomen van € 500.000 per jaar.